A note a day #1

A blog note a day. Al is het maar ter grootte van een tweet. Honderdveertig tekens. Dat moet toch lukken? Waarom gooi ik wel de hoogst onnozele uitspraken op Twitter, maar neem ik niet de moeite in te loggen op mijn blog? Eventjes een paar woorden schrijven. Of het nu gaat over vallende sneeuw, de prachtfilm Monsieur Lazhar, of het half uurtje dat ik vandaag buiten was om boodschappen te doen. Who cares? Well, I do. Ik moet mijn vingers warm houden. Zeker nu. Zeker in die kou. Maar ach, onzin op Twitter plaatsen blijf ik toch wel doen, all is het maar om aan te kondigen dat ik weer ga proberen vaker te bloggen. 

A note a day. #1.

Vrijdag 03 Februari 2012 Zes reacties

#instagramwalk010

Zondagochtend. De dag van uitslapen, zeker wanneer het de nacht ervoor laat is geworden. Maar ik ben ondanks alles toch wakker, tegen elven. Ik gaap, reik naar mijn iPhone, scroll door mail, nieuws en Facebook, en zie op de Facebookpagina van We Own Rotterdam een aankondiging van #instagramwalk010. Met smartphones door Rotterdam lopen, foto's maken en de resultaten uploaden naar Instagram. Klinkt fantastisch.

Ik ben al lange tijd fan van fotograferen met mijn iPhone, ook te zien aan de pagina die ik ervoor heb ingericht op mijn website. Heel trots ben ik op het feit dat een van deze foto's inmiddels is verkocht, en gebruikt wordt als cover op de dichtbundel van de Rotterdamse dichter Mark Boninsegna. Who needs a DSLR anymore?

Dus dankzij mijn enthousiasme over deze originele meeting met gelijkgestemde fotografen, besluit ik snel op te staan, te douchen en op mijn fiets richting Buiten te fietsen, waar de meeting zal beginnen, inclusief fantastische lunch en heerlijke koffie en thee. Een beetje onwennig kijk ik om me heen, ik zie alleen onbekenden, maar al snel kom ik erachter dat heel veel onbekenden misschien toch niet zo onbekend zijn: sommigen 'ken' ik al via twitter, of zelfs via Instragram. We lopen door de stad, fotograferen, de stoep, elkaar, de lucht, maar vooral heel veel en heel gepassioneerd.

Aan het einde van de 'walk' ontspannen we met een kop koffie of warme chocomelk met slagroom in Trenta Secondi op het Stadhuisplein. Waar inmiddels het schrikbeeld van de digitale generatie is ontstaan: 50 mensen die ongegeneerd naar hun iPhone staren, foto's uploaden, de foto's 'liken' van de persoon die bij hem of haar aan tafel zit, en af en toe roepen: 'Hey, wie is [nickname]? Gave foto's man!'

Voor het eerst is het sociaal geaccepteerd om massaal naar de schermen van de iPhone te staren. Hoewel, buitenstaanders zullen er anders over gedacht hebben.

Een te gekke dag. Een dag die nog gekker word als ik met vier 'nieuwe vriendinnen' de brug over fiets naar het Noordereiland, waar een Open Studio is, ook aangekondigd op de website van We Own Rotterdam. Waar vervolgens de makers van We Own Rotterdam blijken te werken en soep serveren. Handig, kon ik ze meteen bedanken voor de leuke dag die ze me zonder het te weten hadden bezorgd.

[Voor Facebookgebruikers: hier een album met mijn foto's van afgelopen zondag. De complete serie met foto's van alle fotografen kan hier bekeken worden.]

[Special thanks to Buiten op de Binnenweg, Trenta Secondi, Tupalo Rotterdam en de organisatoren Christine en Floor voor het regelen en sponsoren van deze dag!]

Dinsdag 17 Januari 2012 Vier reacties

Rode vlaggen

Begin van de middag, nog in zondagskledij (joggingbroek) op de bank. Ik hoor herrie. Gegil. Gestamp. Gejuich. Zware mannenstemmen. Op twitter zie ik de hashtag #ajafey (Ajax-Feyenoord) voorbij komen. Ik hoef de herrie boven mijn hoofd niet meer te interpreteren, dat is zojuist bijna automatisch gebeurd. Er moet een doelpunt zijn gevallen voor de club van mijn stad.

Iets later in de middag loop ik door zonnig Rotterdam. Vijf Turkse jongetjes met twee moeders lopen me tegemoet. Dat ze een Turkse afkomst hebben interpreteer ik ook bijna automatisch. Ze dragen allemaal een rode vlag met de bekende witte maan en ster.

"Voetbal", voegt mijn hersenpan aan al die automatische interpretaties toe. De enige andere keren dat ik de Turkse vlag op straat zag was tijdens voetbalevenementen. Er moet iets in voetballand gaande zijn wat ik gemist heb.

Tijdens een zitpauze, genietend van de nog verbazingwekkend warme zon op mijn gezicht, check ik nu.nl. Ik scroll naar 'sport', maar zie niets staan over Turks voetbal. Terug naar boven onder het kopje 'algemeen' zie ik staan: "500-1000 doden na aardbeving Oost-Turkije". De Turkse vlaggen die ik even daarvoor zag krijgen ineens een heel andere betekenis.

Na de zitpauze loop ik over de Erasmusbrug. De brug is afgesloten voor verkeer in verband met werkzaamheden. Toch lijkt de enorme brug drukker dan anders. Mij tegemoet lopen enkele honderden Turkse mensen. Met vlaggen in hun hand, om hun schouders en rode t-shirts en hoofddoekjes. Ik kan niet geloven hoe snel na het nieuws heel Turks-Rotterdam zich heeft gemobiliseerd.

Aan de voet van de brug zie ik een grote groep mensen staan. Er staat politie omheen, hoewel er in mijn ogen alleen maar rust heerst in de groep mensen die ik zie staan. Bovenop een flat hang een man een grote rode vlag naar buiten. Mensen wijzen en zwaaien.

Ik hoor geroep door een dictafoon. Ik zie verschillende cameramensen. Ik hoor gejuich. Ergens klopt de sfeer niet in combinatie met het berichtje dat ik even daarvoor las op nu.nl. Ik besluit nog een keer te lezen. "Confrontatie politie met Turkse demonstranten", zie ik meteen onder het berichtje over de aardbeving staan. Het gaat over Amsterdam. Maar toch herinterpreteren mijn hersenen direct de aanwezigheid van honderden Turks-Rotterdamse mensen op straat.

Nu, thuis, dit stukje typend, denk ik te weten wat ik heb gezien, maar zeker weten zal ik het nooit.

Zondag 23 Oktober 2011 Drie reacties

Oud nieuws, nieuwe website

Ik wil niet zo'n blogger wil worden die alleen maar blogt om te zeggen dat ze al tijden niet meer geblogd heeft en die zich verontschuldigt voor het feit dat ze al tijden ook niet meer op andere blogs heeft gelezen (sorry!).

In plaats daarvan schrijf ik hier een nieuwtje neer dat ook al maanden geen nieuws meer is, want als u behoort tot mijn vrienden, familie, Facebookmatties of Twitterfollowers weet u dit al heel lang.

Maar mocht u toch ergens buiten de boot zijn gevallen - hoe kan dat eigenlijk? - dan nog even de officiële mededeling dat ik nu een heuse echte fotowebsite heb: www.rosannedubbeld.nl

[En nee, rosannedubbeld.nl is niet ter vervanging van soyrosa.nl, maar een aanvulling op. Nu nog even mijn goede voornemen waarmaken om allebei de websites met enige regelmaat te updaten.]

Maandag 17 Oktober 2011 Vijf reacties

Rolwolk

Een dreigende lucht, aan mijn linkerhand. Een donkere, bijna perfecte sliert wolken hangt boven de Maas. Nog nooit heb ik zo'n zwarte lucht gezien, en mensen blijven staan om te kijken. Ik niet, ik ben aan het wandelen, en wil stevig de pas erin houden omdat buienradar mij waarschuwt dat ik nog twintig minuten heb om droog thuis te komen.

Ik sla rechtsaf, laat de dreigende lucht achter me. Een kwartier later, vijf minuten voordat er mogelijk een bui los gaat barsten kom ik aan bij de volgende brug. Ik neem even een momentje om te genieten van mijn favoriete uitzicht over de Maas. Ik draai mij om, kijk richting de wolkensliert, hij is er nog. Prachtig. Maar is het een wolk? Of is het brand? RTV Rijnmond vertelt niets over een brand. Het moeten wolken zijn.

Een bezweet hardloopmeisje spreekt mij aan. "Wat gaan die wolken doen?" Ze is aan het hardlopen en twijfelt of ze wel richting die pikzwarte lucht moet lopen. Ik twijfel, en kijk nog een keer op RTV Rijnmond of er misschien sprake is van brand. Want nog nooit zag ik zo'n bizarre lucht. Ik kan nog steeds niets vinden.

Een koude wind steekt plots op. Het meisje naast me wijst ongelovig naar boven. Als ik kijk zie ik boven mijn hoofd de pikzwarte lucht die net nog kilometers verderop te zien was boven ons hoofd hangen. Als ik in de verte kijk is daar plotseling geen wolkensliert meer te bekennen. Hij is me gevolgd. Boven het centrum is de duisternis gevallen, en is de lucht spookachtig donker.

Ik geniet van het bijzondere spelletje van de natuur, en zie de wolk in de verte als het ware langzaam 'oplossen'. Thuisgekomen plaats ik een foto - gemaakt met mijn iPhone - op Facebook. Een ervaren zeevaarder weet mij te vertellen dat ik zojuist een rolwolk heb gezien. Een ander trekt dit in twijfel en vertelt dat er een brand was elders in Rotterdam. Geen natuurfenomeen dus, maar toch gewoon brand.

Omdat een brand geen plotselinge koude wind veroorzaakt stuur ik mijn foto op naar RTL Weer. En inderdaad: ik was getuige van een bijzonder fenomeen, de zogenaamde rolwolk. Een halve uitzending wordt eraan gewijd, en ook mijn foto wordt getoond.

Soms zou ik willen dat ik tussen mijn ogen een videocamera ingebouwd had zodat ik dit soort bijzondere momenten eeuwig en eeuwig in HD-kwaliteit terug kon zien.

Vrijdag 08 Juli 2011 Tien reacties

Bruggen

Nog maar een aantal weken geleden zat ik in het vliegtuig, kwam ik terug van New York. Het verbaast me op zulke momenten hoe klein de wereld is. Je kijkt drie films, komt niet eens toe aan het leesvoer dat je speciaal voor de vlucht hebt meegenomen, en voor je het weet loop je in een stad die het decor vormt van minimaal één van de films die je zojuist zag.

Weer thuisgekomen geniet ik van Rotterdam. De bruggen, de ‘drukte’ die ineens zo rustig aanvoelt. De ‘hoge gebouwen’ die ineens zo klein zijn. Het uitzicht op de woonbootjes die voor je flat liggen. Het gevoel van energie die de stad me geeft wanneer je met vrienden op een terras zit, op een van de zomerse festivals rondloopt, of een wandeling maakt die minimaal vier bruggen beslaat.

Mijmerend langs de Maas, langs het cruiseschip in het water. ‘Rotterdam’, staat er groot op de zijkant, en ik weet dat er vandaag mensen over de grote oceanen vertrekken naar New York. Vorige week was ik getuige van twee grote cruiseschepen die over de Maas vertrokken, vandaag zou er opnieuw een lading mensen een avontuur beginnen.

Per boot is de wereld misschien iets groter dan ‘drie films verder’, maar och, wat is de wereld klein. Het zien van het schip dat Rotterdam met New York verbindt doen me geloven dat er maar een kleine schakel ontbreekt tussen de stad waar ik van hou en de stad waar ik een ander deel van mijn hart verloren ben.

En terwijl ik denk aan de mensen op de schepen en de bruggen aan mijn én de andere kant van de wereld hoor ik het getoeter van een van de cruiseschepen langzaam uitdoven.

Zondag 03 Juli 2011 Drie reacties

Verbazing

De arts komt af en toe langs bij mij op kantoor. Een vrolijke man, een beetje warrig. Soms stond ik in de keuken en sprak hij me ineens aan; hele verhalen kwamen er dan uit die duidelijk voortboorduurden op een gesprek dat wij samen niet hadden gevoerd.

Het duurde even voor ik doorhad dat hij mij voor iemand anders aanzag.

Een ander kleiner meisje met blonde krullen en lichte ogen werkt ook bij ons op kantoor. Zij doet ander werk, en spreekt in haar functie de arts vaker dan ik. Nog tot enkele weken geleden merkte ik dat de arts mij wéér voor haar aanzag. Grappig, natuurlijk. Hoe sommige mensen moeite hebben met het uit elkaar houden van gezichten en blijkbaar niet het verschil zien tussen mijn donkerblonde krullen en haar lichtblonde.

Afgelopen week zegde ik mijn baan op. Per 1 augustus mag ik namelijk aan een nieuwe uitdaging beginnen, en zodoende verlaat ik het kantoor met mijn 'evenbeeld' en de arts. De arts staat in de gang en wij praten met nog een andere collega. Vanuit de gang zie ik de lichtblonde krullen aan komen lopen. Plots staat de arts tussen mij en mijn 'evenbeeld' in.

Hij kijkt naar links, naar haar. Hij kijkt naar rechts, naar mij. De verrassing op zijn gezicht is duidelijk merkbaar. Ik vermoed dat pas nu ik het kantoor ga verlaten de arme man doorheeft waarom hij soms zulke verbaasde blikken kreeg van 'dat meisje met die krullen'.

Vrijdag 01 Juli 2011 Acht reacties

Zelfonderzoek

Vandaag analyseerde ik mijzelf. Om me zo snel mogelijk in te kunnen werken op verschillende bekende en onbekende persoonlijkheidsvragenlijsten vulde ik ze stuk voor stuk zelf in. Na het invullen vond een leuk proces plaats van nakijken met mallen, scores bij elkaar optellen, vergelijken met de normgroep (lees: 'normale vrouwen' of 'psychiatrische patiënten') en het samenvattende profiel tekenen in een daarvoor bestemd vakje.

Leuk om te doen. Hier scoor ik laag, daar scoor ik hoog, even verderop heb ik een typisch profiel waar ik even mijn wenkbrauwen bij omhoog trek. Gelukkig staat er in de handleiding dat er bij zo'n profiel ook rekening gehouden dient te worden met zus en zo, en dus is het profiel dat ik zie toch niet zo gek. Of toch wel?

Want weer een vragenlijst later komt er weer een score uit die ik niet verwacht. En nog een vragenlijst later zie ik dat ik eigenlijk opgenomen zou moeten worden in een zwaar beveiligde inrichting.

Tien vragenlijsten later kom ik tot een conclusie. Ik weet precies wie ik ben, waarom ik dingen doe die ik doe, waarom ik mijn blogjes schrijf zoals ik ze schrijf en zelfs heb ik ontdekt waarom ik zo ongelooflijk de behoefte had om mee te doen aan de #blogrevival deze week.

Jammer wel dat ik over die conclusie niet kan bloggen, want ik heb me als psycholoog natuurlijk wel te houden aan de geheimhoudingsafspraak met mijn patiënt.

Donderdag 26 Mei 2011 Tien reacties

Allochtoon #12

De vrouw draagt een gebloemde jurk, een donkerpaarse hoofddoek, een mooie speld die de hoofddoek bij elkaar houdt, is make-uploos, mooi, lief, is moeder van vijf kinderen, heeft zorgen, heeft pijn op haar borst, komt niet meer uit haar eigen angstige gedachten, huilt, maar niet uitbundig, heel ingetogen, alsof ze denkt niet verdrietig te mogen zijn.

Ik hou even haar hand vast. Ze knijpt terug in de mijne, en antwoordt met het Arabisch Insha'Allah op mijn bemoedigende woorden.

Een klein moment dat ineens grote dingen met het brein doet. Een klein moment dat me raakt. Eigenlijk zou ik er daar iedere dag een van op moeten schrijven.

Woensdag 25 Mei 2011 Acht reacties

Vrolijk kijken

Ik ben het meisje dat altijd lacht. Het bewijs voor deze stelling kwam een tijdje geleden. Ik was misselijk, verdrietig, had niet ontbeten, had de nacht ervoor niet geslapen, was met mijn gedachten kilometers weg en een collega merkte op: "Goh, jij bent ook altijd vrolijk!"

Sindsdien weet ik dat mensen denken dat ik dus daadwerkelijk altijd vrolijk ben. Zelfs als ik me rot voel. Begrijpen doe ik het wel. Alleen bij de mensen die het dichtst bij me staan durf ik wel eens sjagrijnig te zijn. Maar verder? Ik lach altijd. Maar lachen is iets anders dan vrolijk zijn.

Misschien denkt u nu: 'waarom doet dat meisje dat? Waarom laat ze haar ware gemoedstoestand niet zien? Waarom doet ze zich vrolijker voor dan ze daadwerkelijk is?'

Welnu, ons bijzonder fascinerende brein heeft me een reden gegeven om te lachen als ik me niet vrolijk voel. En echt, u moet het zelf ook eens proberen. Want onderzoek van de heer Ekman wijst uit dat we onze emoties kunnen bepalen door de manier waarop ons gezicht staat. Het aanspannen van bepaalde spieren kan ervoor zorgen dat we ons depressief of juist vrolijk gaan voelen.

Dus ja. Inderdaad. Je gezicht in de lachstand zetten kan ervoor zorgen dat je je vrolijker voelt. En daarom zal ik voor de meeste mensen het meisje blijven dat altijd lacht. Zoals ik al zei: lachen is iets anders dan vrolijk zijn. Lachen is een soort natuurlijk en onschuldig medicijn waardoor je je vrolijk gaat voelen.

[En het hielp vandaag ook weer. De rij bij de AH was lang, de klant voor me deed vervelend, het was weer mijn tijd van de maand, au, au, au, fuck, buikpijn, en het kassameisje liet een van mijn flesjes bier vallen dat ze op haar gemak op ging ruimen en waardoor ik weer terug de winkel in moest om nieuwe te halen. Maar in plaats van zuchten lachte ik en gaf ik een knipoog naar een man achter een rollator die net zo vrolijk stond te kijken. Terwijl hij zelfs nog een plek naar achter in de lange rij stond. Ik verliet de AH met een opgewekt gevoel.]

Dinsdag 24 Mei 2011 Negentien reacties

En toen

En toen begon ik uit verveling te bloggen en toen reageerde er iemand op mijn weblog en toen reageerde ik ook op iemand anders zijn weblog en toen kreeg ik nog een reactie en toen kwamen er meer en meer en meer reacties en toen kreeg ik soms wel veertig reacties op een blogje en toen verhuisde ik naar een ander weblog en toen kreeg ik het weblog in eigen beheer en toen werd bloggen serieuzer en toen leerde ik zelfs mensen kennen via mijn weblog en toen kreeg ik zelfs een vriendje via mijn weblog en toen gingen bedrijven ineens ook bloggen en toen werden wij bloggers ineens 'lijfloggers' genoemd en toen kwamen er enge nieuwe dingen bij zoals twitter en toen gingen mensen meer twitteren en toen blogde ik ineens niet meer anoniem en toen gingen mensen ineens minder bloggen en toen ging ik steeds minder blogs lezen en toen kreeg iedereen steeds minder reacties en toen kreeg ik soms niet eens tien reacties meer en toen werd bloggen ook steeds minder interessant en toen ging ik nog minder bloggen en toen ging ik zelfs minder twitteren en toen was er ineens behoefte aan een blogrevival.

En toen ging ik daar deze week maar eens aan meedoen.

[In het kader van de blogrevival zal ik deze week proberen dagelijks te bloggen. Proberen ja, want na een tijdenlange impasse... Wie weet hoe groot de inspiratie of het writersblock zal zijn. Een lijst met deelnemers vindt u hier.]

Maandag 23 Mei 2011 Achttien reacties

Vrijheid

We zitten de zon op het gras tussen de bomen in een mooi park in Rotterdam. Ik heb hier gewerkt, vroeger. Een vreselijke plek. Niet de locatie van het bedrijf, maar het bedrijf zelf was vreselijk. 's Ochtends kwam ik twintig minuten voor tijd aan met de tram. Ik kon het na enkele weken precies zo timen dat ik toch nog 19 minuten deed om het gebouw binnen te stappen. Nog even naar de bootjes staren in de haven, nog even een paar blokken omlopen. Hoe minder tijd ik binnen besteedde, hoe beter.

Nu zit ik hier. Vrij van dat vervelende buikpijngevoel. Dat gevoel dat ontstaat als je iets moet doen dat je niet wilt. Ik kan me de opluchting nog herinneren toen ik ergens anders kon werken. Het leek de ultieme vrijspraak.

Aboutaleb, onze Rotterdamse burgervader, spreekt ons toe vanaf het podium waar net nog leuke bandjes stonden te spelen. Hij spreekt over vrijheid. Over hoe we dat moeten eren, en hoe we vandaag feest vieren op de schouders van de mensen die ooit voor ons vochten. En hoe gezegend wij zijn, hier te mogen zitten, middenin Rotterdam, in het gras, tussen de bomen, en hoe er op dit moment een jongen in Syrië met een steen in zijn hand staat, en op weg is deze steen naar een tank te gooien. Een tank die symbool staat voor de gevangenschap waarin hij leeft.

En dat niet wij, niet ik, niet jij, maar juist hij de persoon is die weet wat vrijheid eigenlijk inhoudt.

Vrijdag 06 Mei 2011 Vier reacties

New York City #5

Ik staar naar het schilderij voor me. Vermaak me met het maken van foto’s met mijn digitale camera. Naast me hoor ik het geluid van een sluiter. Het geluid klinkt analoog. Met een blik op rechts wordt mijn vermoeden bevestigd: hier zit iemand in het meest hippe museum van New York met een van de oudste camera’s die ik ooit heb gezien foto’s te maken. Mooi contrast.

Het is een oud mannetje, met een lichtblauw overhemd aan, en een linnen tasje op schoot. Af en toe staat hij op en schiet hij een foto. Bewegen gaat nauwelijks, zijn hele lichaam is stram, maar hij haalt duidelijk plezier uit het bedenken van composities voor de foto’s in zijn volgende foto-album. Tenminste, zo bedenk ik dat.

Als ik een kwartier later nog steeds naar het schilderij voor me zit te kijken, zie ik andere mensen verbaasd kijken naar de inmiddels lege plek naast me. Het mannetje is enkele minuten geleden weggestiefeld naar een van de andere grote ruimtes van het museum. Als ik hun blik volg zie ik waar ze naar kijken: een volgeschoten fotorolletje ligt op het bankje. Het beeld van een  fotorolletje lijkt niet binnen de context van de moderne ruimte waarin we ons bevinden te passen. Het object op het bankje lijkt zelfs zó vervreemdend dat ik mensen zichzelf zie afvragen of het misschien onderdeel is van een expositie.

Ik begrijp die gedachte.

Ik pak het rolletje, en besluit op zoek te gaan naar de man. Hij is al oud, misschien is hij in alle commotie vergeten het op te bergen en in zijn tas te doen? Na zeven zalen doorgezocht te hebben zie ik ineens het oude mannetje in zijn blauwe overhemd. Ik roep hem, steek mijn hand uit, laat hem het rolletje zien, en vertel dat hij het vergeten moet zijn.

“No”, zegt hij, “I don’t want it anymore”.

Zijn stem klinkt resoluut. Verdrietig. Ik vraag hem of hij het zeker weet.

“Yes”, antwoordt hij, “I don’t want it anymore”.

Met die woorden draait hij zich om en vervolgt hij zijn weg. En zit ik terug in Nederland te bedenken wat ik moet doen met een fotorolletje van iemand die ik niet ken en die de foto’s om een voor hem duidelijke reden niet wilde laten ontwikkelen.

Donderdag 14 April 2011 Tien reacties

New York City #4

Ik zit ‘on top of te rock’. Het is koud, maar de zon gaat net onder, en op zeventig verdiepingen hoog uitkijken over Manhattan is het klappertanden waard. 

Ernie is een luidruchtige Amerikaan die met een brede glimlach en vol enthousiasme iedereen met de Empire State Building op de achtergrond op de foto zet. Je hoeft het niet te vragen, hij rukt praktisch je camera uit je handen om je ongevraagd op de foto te zetten. Zo komt het dat zelfs ik, die het vaak vermijd om op foto’s gezet te worden, nu op het geheugenkaartje een foto heb staan van mezelf. Mét de skyline van New York achter me. 

Als ik iets later op een randje ga zitten blijk ik per ongeluk voor een rooster te zitten waar warme lucht uit komt blazen. Zeer welkom, want de zon is inmiddels helemaal onder, en het is kouder dan ooit. 

Ernie, die me inmiddels ‘baby’ noemt, loopt een aantal keer langs. “Just soaking it up, huh?”, vraagt hij als ik na een half uur nog steeds naar de steeds meer verlichte stad zit te kijken. “Is it cold enough for you?”, vraagt hij bij de tweede keer langslopen. En na de derde keer buigt hij ineens naar me toe en roept: “Wait… Is that warm air coming out of that vent?”

Vanaf dat moment is Ernie mijn grootste vriend. Ik word geen ‘baby’ meer genoemd, maar ‘Rose’. “Keep my spot warm, Rose!”, roept hij elke keer als hij van me wegloopt om weer mensen op de foto te zetten. 

Maar iedere keer komt hij terug en staren we naar de stad. De lichtjes. De bruggen. “Never knew I had a warm spot here”, zucht hij. 

In de verte kleuren twee torens blauw. Hij vertelt dat ze gisteren rood waren. Ik lach, en vertel hem dat ze om de paar minuten van kleur veranderen. 

De mond van Ernie valt open. Nog iets dat hij niet wist. “You’re smart and very observant, Rose, you’ve got the whole world on your feet and I’ll never forget you”.

En terwijl ik op 70 hoog samen met mijn nieuwe beste vriend uitkijk over de gaafste stad ter wereld voelt het inderdaad even alsof heel de wereld aan mijn voeten ligt.

Zaterdag 09 April 2011 Zes reacties

New York City #3

Zigzaggend door de stad. Ik zoek met behulp van mijn iPhone de juiste overstappunten binnen het ingewikkelde metronetwerk. Simpelweg op de juiste lijn stappen betekent hier niet dat je op de juiste plek uitkomt: de verschillende kleuren lijnen (8) splitsen zich soms op in vier eindbestemmigen, en dan moet je ook nog opletten of je uptown of downtown gaat. Ohja, en of je in een express of local train stapt kan het verschil maken tussen op iedere halte stoppen of plotseling vijf tussenliggense haltes overslaan. 

Drie metrolijnen later stap ik uit waar ik zijn moet. Dat is hindernis 1. De tweede is de weg ook te voet weten te vinden. Vanuit de metro kan ik vier uitgangen kiezen, maar als je nauwelijks weet waar je bent kun je ook nauwelijks bepalen waar je precies wilt zijn. 

In New York hebben ze een geniaal systeem bedacht, speciaal voor vrouwen als ik: alle avenues lopen van Noord naar Zuid, en alle straten lopen van Oost naar West. Als je na een blok lopen van 107 ineens 108 ziet weet je dat je naar het Noorden loopt, en als je dus eigenlijk naar het Zuiden had gemoeten word je meteen gewaarschuwd en draai je je om. Lopen de nummers van de gebouwen waar je langs komt op dan loop je naar het Oosten, lopen ze af ga je richting het Westen. Appeltje eitje. 

Maar dan nog: als je in zo’n immense stad bent kan zelfs bepalen waar 6th avenue ligt ten opzicht van 5th avenue verwarrend zijn, omdat je nog niet altijd over de juiste herkenningspunten beschikt. 

Vijf blokken rechtdoor, zes blokken naar rechts, één naar links. Met mijn ogen gesloten sla ik de hoek om, ik doe een schietgebedje, en JA!, ik ben zowaar in één ruk, zonder fout te lopen op de plaats van bestemming beland. 

Vol trots en bijna met een air van een echte New Yorker steven ik met een beker hete thee in mijn hand op de ingang af. 

Closed on Tuesdays“, lees ik op een bordje. 

Dan maar een nieuwe bestemming zoeken.

Woensdag 06 April 2011 Vijf reacties

New York City #2

Het grote gapende gat midden in New York City. Zelfs wij Nederlanders weten vaak nog precies te vertellen waar we waren, 9/11 in 2001. Ik zat thuis, op de bank, toen mijn buurjongetje op zijn fiets langsreed, aanbelde, en zei dat ik NU de televisie aan moest zetten. Iets met een vliegtuig en een gebouw. De televisie ging de rest van de dag en avond niet meer uit.

Als ik langs de plek loop waar nu hard gewerkt wordt aan iets dat een schrale troost zal zijn van wat ooit geweest is krijg ik kippenvel. Nu ik New York een beetje heb leren kennen besef ik pas goed dat de stad in 2001 in haar hart geraakt is.

Veel van de bouwput kun je niet zien, alles is afgeschermd, waarschijnlijk om te voorkomen dat drommen glurende toeristen de dagelijkse bezigheden van de New Yorkers belemmeren.

In het WTC Tribute Center wordt meer duidelijk over de twee torens. Het WTC was een stad op zich: dagelijks waren er 50.000 mensen aan het werk, 150.000 kwamen dagelijks op bezoek, en zo waren er dagelijks dus meer mensen in die twee torens aanwezig dan in een gemiddelde stad in Nederland. Het WTC was een volledige gemeenschap met eigen bakker, Starbucks, kinderopvang, en wat iedereen nog meer in een stad zou verwachten.

De foto's van honderden gezichten die aan het eind van de expositie bij elkaar aan drie muren hangen doen me letterlijk tot tranen roeren. Allemaal lachende gezichten, jong, oud, mannen, vrouwen, stelletjes, in alle nationaliteiten. De muur moet een perfecte afspiegeling zijn van de inwoners van Manhatten. En al deze mensen, met al hun verschillen, hoorden toch op de een of andere manier bij elkaar.

Eén foto in het bijzonder staat op mijn netvlies gebrand. Een jongen, een meisje, lachend en met de armen om elkaar heen, staan ergens in New York, en worden op de foto gezet met de WTC-torens op de achtergrond. Stonden ze bewust met hun werkplek op de foto? Waren ze zich überhaupt bewust van het feit dat dit deel van de skyline op de foto zou verschijnen?

Een antwoord zal ik nooit krijgen. Maar een ding is zeker: er zijn maar weinig mensen ter wereld duidelijk dolgelukkig op de foto staan met hun eigen sterfplek als decor.

Dinsdag 05 April 2011 Twee reacties

New York City #1

Een klassiek ontbijt in New York City: een bagel met cream cheese. Vriend E. en ik zitten te genieten van dit ochtendritueel in een bagelshop direct om de hoek van ons hotel, een winkel met bagels die toevallig door New York Times is uitgeroepen tot de beste van heel Manhattan. Niet alleen kan ik me voorstellen dat dit klopt, heel de Upper West Side lijkt het met de New York Times eens te zijn: in het weekend lijnen de mensen zich op tot ver buiten de winkel. Ze schijnen allemaal te weten: het is het wachten waard, zelfs in regen en kou.

Uitkijkend over Broadway met zijn gezellige winkeltjes en drukke verkeer verbazen we ons over de verrassend gave stad. Ineens worden we verrast door een lachend gezicht dat voor het raam verschijnt. Het waarom blijft ons een raadsel, maar het mannetje kijkt naar binnen, kijkt ons aan, begint te lachen, zwaait, en als ik terugzwaai draait hij zich om en komt hij de winkel binnen.

We worden begroet als oude vrienden, en de man glundert van oor tot oor als we hem een hand geven. Hij belooft ons, volledig uit het niets, dat als hij ooit de loterij wint dat hij 'us guys' laat delen in de winst. Ik twijfel er geen moment aan dat hij het meent. Na het doen van deze belofte loopt hij weg, vriend E. en mij lachend achterlatend na deze bijzondere ontmoeting.

Een paar dagen na dit incident zitten vriend E. en ik wederom met uitzicht op Broadway elders in de Upper West Side iets te drinken. Een lachend gezicht verschijnt voor het raam: het mannetje met zijn grijze haren en kleine pretoogjes zwaait, en komt weer binnen, alsof we afgesproken hebben het gebeuren van een paar dagen geleden nog een keer te herhalen.

"When I win the lottery I will get you guys out of here", belooft hij ons, en na een hand vertrekt hij naar een onbekende bestemming, ons achterlatend met een bijna spijtig gevoel dat we deze man waarschijnlijk nooit meer terug gaan zien.

Nooit zullen we weten waarom deze man het gevoel heeft ons weg te moeten halen van een plek waar we zo van zijn gaan houden.

Zondag 03 April 2011 Twee reacties

Eekhoorn

De rommel op mijn bed en vloer even negerend open ik het schrijfscherm. Tikken ging me vroeger makkelijker af. Ik deed het gewoon. Dacht niet na, want had nog geen lezerspubliek, wist niet dat er zoiets bestond als een doelgroep. Ik tikte gewoon. Hoe makkelijk was het leven.

Vroeger had ik het hier beschreven. Over de eekhoorn. Hoe die vrolijk de boom omhoog klom, lonkte, knipoogde, daarna naar beneden donderde en zijn staart brak, als dat al mogelijk is. Maar of iets mogelijk is hoeft voor een schrijver geen belemmering te zijn.

Puur op gevoel, geen ratio, gevoelens en gedachtes de vrije loop. Ik was jong. Ben nog steeds jong. Maar ouder. Ik weet wie er met me meeleest. Of iemand meeleest zou voor een blogger geen belemmering moeten zijn.

Het is vandaag, of gisteren, of eergisteren, in ieder geval deze maand het zevenjarige bestaan van 'Roos' in de gedaante van blogger. Het zijn mooie jaren geweest. Ik moet meer schrijven. Misschien begin ik daar wel weer mee in of na New York.

Het notitieboekje en de gedachte aan de eekhoorn gaan in ieder geval mee.

Woensdag 23 Maart 2011 Zeven reacties

Museumnacht 2011

Met zijn allen staan we bij elkaar. De avond is droog, koud, en ruikt naar wierook en aankomende lente. Met onze gezichten geheven luisteren we naar een van de bekendste schrijvers van Rotterdam, die een wereld schildert van verwondering, onmogelijke gebeurtenissen en die een lach op ons gezicht tovert.

Een gouden figuur vliegt weg over het dak van een van de musea waartussen we verzameld staan. Plots geven alle bomen licht, en klinkt er geluid, herrie, en zien we boven onze hoofden een groene deken van licht ontstaan. Het licht golft, beweegt, creëert tekeningen op de muren van de Kunsthal, en betovert het Museumpark.

Kinderen en volwassenen steken hun handen omhoog om de deken van licht aan te kunnen raken. Maar het licht laat zich niet pakken, het beweegt alleen. Het geluid zwelt aan, verandert, beweegt mee met het licht. Het is magisch, en er zijn momenten waarop ik achter me kijk of er niet stiekem toch écht een invasie is van aliens.

Als het afgelopen is klinkt er een zucht van stilte door het park. Het is de tiende editie van de Museumnacht, '10x010'. Iedere Rotterdammer die van zijn stad houdt is aanwezig. En we weten: de nacht is nog maar net begonnen.

Museumnacht
Zondag 06 Maart 2011 Vijf reacties

Omgekeerd racisme

"Mag ik uw vervoersbewijs zien, alstublieft?", vraagt de conducteur. Al van ver zie ik hem aankomen. Ik pak het kaartje uit mijn portemonnee, en wacht tot hij langs mijn zitplaats zal komen.

Het duurt lang voordat het zover is. Een aantal plaatsen verderop schrijft de conducteur een boete uit. Twee haltes verder kan hij pas weer doorlopen.

Nog twee vierzitjes is hij verwijderd van mij. Uiteindelijkt komt hij aanlopen en steekt hij zijn hand uit, om mijn kaartje aan te pakken. "Is goed hoor", knikt hij, en draait zich om naar het vierzitje aan de andere kant van het looppad. Daar zitten twee jongens, Marokkaanse jongens, en zometeen wordt duidelijk waarom ik dat nadrukkelijk erbij vermeld.

"Mag ik alsjeblieft jullie vervoersbewijs zien?", vraagt de conducteur aan de twee jongens. Maar de jongens reageren niet. De een kijkt star voor zich uit, de andere kijkt, zijn oordopjes nog wat steviger in zijn oren duwend, uit het raampje naar buiten.

Als de jongens niet reageren, herhaalt de conducteur zijn vraag. Hij zwaait met zijn hand voor de ogen van de ene jongen, die hem aankijkt.

"Wilt u mijn kaartje zien? Wat voor kaartje dan?", vraagt hij zogenaamd onnozel. "Dat weet je best", antwoordt de conducteur. Na nog een aantal van dit soort grapjes te hebben gemaakt haalt de jongen het kaartje uit zijn jaszak, en toont het aan de conducteur. Die knikt, het is goed zo.

Dan is de tweede jongen aan de beurt, die nog steeds net doet alsof er niets aan de hand is. "Hallo?", ook bij deze jongen wappert de conducteur met zijn hand voor de ogen van de jongen. De jongen doet net of hij niets ziet. Dan raakt hij de jongen aan bij zijn schouder. Nu reageert de jongen wel: "Wat? Mag u mij aanraken? Heeft u dat gevraagd?", reageert hij op agressieve toon. "Ik wil graag jouw kaartje zien", reageert de conducteur.

"Wat? Waarom? En moest je me daarom aanraken?", reageert de jongen. Een verbaal gevecht ontstaat, en uiteindelijk laat de jongen met veel omslachtige gebaren zijn kaartje zien. De man bekijkt het kaartje, en is het zat, geeft het kaartje niet terug aan de jongen, maar legt het op de stoel voor hem neer. "Prima", zegt hij er nog achteraan, want het kaartje is gewoon een geldig kaartje.

"Jammer he!", roept de jongen nu. "Je kunt geen Marokkaantjes pakken dit keer!"
De conducteur loopt door.
"Racist!", roept de tweede Marokkaan nu achter hem aan.
De conducteur negeert het tweetal zo goed en zo kwaad als het kan.
"Wilders!", roept Marokkaan 1.
"Geertje!", roept Marokkaan 2.

Als ik de twee jongens nog eens goed bekijk vraag ik me af of ze beseffen dat zij vandaag degenen zijn die discrimineren. En hoe dat voelt voor de conducteur. Maar ook hoe zij zich voelen, en waarom ze doen wat ze doen, waarom ze zichzelf opzettelijk in hokjes plaatsen. En wat Wilders hier eigenlijk mee te maken heeft.

Maandag 28 Februari 2011 Acht reacties

Allochtoon #11

Stralend vertelt de vrouw over haar zoontje van 7 jaar oud. Hij was vorige week jarig, begrijp ik uit het beperkte Nederlands dat ze spreekt. Hij had mooie cadeaus gekregen, en hij werd al zo groot, en hij ging naar school, en dat ging zo goed, en, en, en…

De vrouw vertelt vol trots en liefde over haar kind. Ze vertelt me dat hij wel eens tegen haar zegt: “mama, jouw Nederlands is slecht, jij moet naar school”. En hier zat ze dan, want ze was het met haar zoontje eens. Hij werd steeds groter, en het moment zou al snel komen dat ze hem niet eens meer zou kunnen helpen bij zijn huiswerk, omdat zij de uitleg niet zou kunnen lezen.

De blik in haar ogen wordt treuriger. “Mevrouw, ik wil Nederlands leren”, zegt ze met een serieus gezicht. Want vorige week, toen haar zoontje jarig was, had haar zoontje om een taart gevraagd. Ze was met zijn specifieke wens naar de banketbakker gegaan, en had zo’n taart weten te reserveren. Toen ze op de verjaardag de taart ophaalde en vol trots aan haar zoontje liet zien, had haar zoontje gezegd: “mama, die taart is niet de taart die ik wilde”.

“Mevrouw, ik wil Nederlands leren”, zegt de vrouw nogmaals. “Ik kan niet eens een goede taart voor mijn zoontje bestellen”.

Zaterdag 12 Februari 2011 Acht reacties

Allochtoon #10

Alle mooie verhalen over allochtone Rotterdammers die ik spreek zouden een boek kunnen vormen. Een boek waaruit zou blijken hoe kwetsbaar, mooi en divers deze groep mensen is. Allemaal met hun eigen problemen, onzekerheden, talenten, en vooral bijzondere verhalen. Een groep mensen waar ik inspiratie uit haal, die me raakt. Die me een spiegel voorhoudt over mijn eigen leven, mijn eigen jeugd, mijn eigen cultuur (of gebrek daaraan), mijn gewoontes en gebruiken en mijn taal.

Maar al mijn positieve associaties met de doelgroep ten spijt, zie ik ook de keerzijde van de allochtone samenleving in Rotterdam. Er is namelijk ook een grote groep allochtone Rotterdammers die geïsoleerd is geraakt. Die na (soms tientallen) jaren in Nederland te wonen nog steeds geen onderdeel is van de maatschappij.

Vrouwen die wel boodschappen doen, maar alleen om de hoek bij de ‘eigen’ supermarkt. Vrouwen die wel mensen op bezoek krijgen, maar alleen familieleden die in haar eigen taal spreken. Vrouwen die wel naar een buurthuis ‘mogen’ van hun man, maar alleen omdat daar geen mannen komen, en alleen als ze door een mannelijk familielid gebracht worden. Vrouwen die het telefoonnummer van de ambulance niet kennen en alleen met behulp van hun man naar de dokter kunnen.

Hoe groot deze groep vrouwen is besef ik pas als ik mezelf betrap op een gedachte waarvan ik nooit had gedacht die ooit te zullen hebben. Zo zat tegenover me een vrouw, gesluierd, me met gebaren duidelijk te maken dat ze geen Nederlands sprak. Ik wilde weten hoe lang ze al in Nederland woonde, maar ze kwam hier niet uit: ze begreep de vraag niet, en kon zodoende al helemaal geen antwoord geven.

Bladerend in het dossier kijk ik naar de achtergrondgegevens die ik van een andere partij toegestuurd heb gekregen. Ik zie staan dat de vrouw begin 2003 naar Nederland is gekomen. En dan hoor ik mezelf denken: “Oh, logisch dat deze vrouw nog geen Nederlands spreekt, ze woont pas acht jaar in Nederland”.

Zaterdag 05 Februari 2011 Vier reacties

Eigen bijdrage

Het gebouw tegenover me is groot, nieuw, en pas sinds enkele weken vol in bedrijf. Mensen lopen af en aan over de lange gangen, van en naar het kopieerapparaat, door deuren naar collega’s, via het trappenhuis naar de verdieping erboven, of naar de leesruimte beneden.

Vanaf mijn positie tegenover het gebouw, ik werk op de zesde verdieping, kan ik alles zien en volgen. Soms staar ik naar buiten, en roep ik mezelf tot de orde. Ik vraag mezelf dan om me bewust te worden van wat ik zie. Te vaak verandert er iets in je omgeving, of blijft het juist hetzelfde, en zie je het niet. Blijft het onopgemerkt, totdat je jezelf vraagt eens écht ernaar te kijken. Want wat gebeurt er bijvoorbeeld in het gebouw waar je iedere dag langs fietst en tegenover zit te werken?

Ik vraag het me af. Ik zie een man in een lichtblauw overhemd en een zwarte pantalon met een stapeltje papieren naar het kopieerapparaat lopen. Hij stopt de stapel papieren in het daardoor bestemde vak en haalt er aan de andere kant een nieuwe stapel uit. Hij loopt met de stapel papieren naar een bureau van een collega, en legt het stapeltje – nog warme, zo stel ik me voor – papieren bij hem neer. De collega in kwestie negeert de actie volkomen, want deze zit aan de telefoon met drukke gebaren een gesprek te voeren.

De man met het blauwe overhemd loopt een andere deur door, en verdwijnt uit mijn zicht.

Hoe graag ik het ook zou willen, ik kan niet de hele tijd blijven kijken. Maar als ik weer eens zoiets zie blijf ik met vragen zitten. Namelijk: wat was het nut van het kopiëren van de stapel papieren? Deed de man dit uit zichzelf, of deed hij dit in opdracht? En in opdracht van wie? En waarom? En wat verandert er in het kantoorgebouw, in Rotterdam, of elders in Nederland, naar aanleiding van het kopiëren van die stapel papieren? Wiens leven wordt erdoor beïnvloed? Misschien zelfs dat van mezelf? En hoe groot is die invloed? Zou de wereld hetzelfde zijn blijven draaien als de man in het blauwe overhemd de stapel niet op de bureau van zijn collega had gelegd?

Nog met mijn hoofd bij al deze onbeantwoorde vragen loop ik met een stapeltje papieren naar het kopieerapparaat. Ik haal de papieren er doorheen, krijg een nieuwe stapel papieren, en loop ermee naar een bureau. Ik ga zitten, loop de stapel papieren door, en verstuur uiteindelijk een deel per post. Een actie waarvan ik het nut ken, maar die in de ogen van een buitenstaander misschien net zo nutteloos kan lijken als die van de man in het blauwe overhemd. En zelfs nu, nu ik het nut van de actie ken, betrap ik mezelf erop dat ik denk: 'welke bijdrage lever ik met mijn kleine acties aan de grote complexe wereld waarin ik leef?'

Woensdag 02 Februari 2011 Vier reacties

Allochtoon #7, #8 en #9

De man en de vrouw die uit een ver land in Nederland kwamen wonen schilderden allebei. Tekeningen van landschappen, van mensen, hun eigen verhalen. Pas aangekomen in Nederland schilderden ze hun verhalen in zwart-wit. Allebei. Het verdriet was te groot, Nederland was nog niet hun 'thuis', ze waren verdwaald in de wereld, zagen geen kleur.

Pas later, hun kinderen zaten bij mij en mijn broertje op school, vonden ze een plek. Een thuis. Ze lachten. Groetten iedereen, en werden door iedereen begroet. Waren vrolijk. En ze beschilderden een grote container op mijn schoolplein. In kleur nu, want er was voor hun veel in positieve zin veranderd sinds de dag dat ze vertrokken uit hun eigen land.

De man en de vrouw die nu tegenover me zitten doen me aan hun denken. Ze spreken nog nauwelijks een woord Nederlands, hun zoon is een snelle leerling, en probeert zo goed en zo kwaad als het kan het gesprek aan twee kanten te vertalen. Moedig, want ook hij is pas net in Nederland.

De man en de vrouw proberen uit alle macht met mij en mijn collega's te communiceren. De prachtige vrouw met donkerbruine krullen verstopt onder een sjaal om haar hoofd en felgroene ogen probeert met gebaren een verhaal te vertellen. Haar man, een donkere oosterling met een lieve blik in zijn ogen staat haar bij. Waar haar gebaren stoppen gaan de zijne verder.

Ze maken een toets. Vragen ons via hun zoon de oren van het hoofd. Want hun leven bestaat nu alleen uit eten en slapen en televisie. "Eten, slapen, televisie, eten, slapen, televisie", herhaalt de man. Met zijn handen wijst hij naar zijn hoofd, om duidelijk te maken dat hij er gek van wordt. Zich verveelt. Iets wil doen. Of ze alsjeblieft snel naar school mogen om in te burgeren zodat ze daarna aan het werk kunnen?

We leggen ze uit hoe het traject dat ze zullen gaan volgen zal verlopen. En dat ze al over 3-4 weken 5 ochtenden per week naar school zullen gaan.

De vrouw vouwt haar handen samen en zegt 'dankjewel', terwijl haar hele gezicht straalt. De man slaakt een diepe zucht van verlichting. De jongen kijkt met een blik vol emotie naar de reactie van zijn ouders. En met een gevoel van spijt dat ik hun niet het verhaal kan vertellen over het andere gezin dat zich nu zo goed op hun plek voelt in Nederland neem ik afscheid. Met de hoop dat ik dit gezin ooit nog tegen zal komen en ze mij zelf kunnen vertellen dat hun leven niet meer alleen bestaat uit zwart en wit.

Dinsdag 11 Januari 2011 Drie reacties

Cliënt #2

Hij vertelt over zijn verzameling flessendoppen. Ik luister geïnteresseerd, want in mijn nog jonge leven ben ik nog nooit iemand tegengekomen die flessendoppen verzamelt. Wel iemand die afgebroken potloodpunten verzamelde. En bierglazen. En theezakjes. Of die zilverkleurige lipjes van blikjes frisdrank en bier.

Maar flessendoppen, nee, dat nog nooit.

Acht zakken vol had hij verzameld, vertelt hij me. "Vuilniszakken he", voegt hij eraan toe, daarmee meteen mijn visioen van bescheiden AH-tassen wegvagend. "Acht vuilniszakken", denk ik bij mezelf, dat is wel veel.

Met de volledige openheid die ik wel vaker tegenkom in de doelgroep waarmee ik regelmatig werk vertelt hij verder over zijn verzameling flessendoppen. Hoe hij ze van iedereen kreeg, van straat opraapte en steeds maar weer in een vuilniszak stopte. Om er een ketting van te rijgen. Er bleek een wedstrijdelement te zijn met zijn vriendjes: degene die de langste ketting reeg van flessendoppen won eeuwige roem.

Maar toen kreeg hij een ongeluk. Een heftig ongeluk waarmee hij onder andere zijn arm en hand verminkte. En toen kon hij geen gaatjes meer prikken in die flessendoppen. Bovendien was een van zijn vriendjes tijdens het betreffende ongeluk gestorven. De ketting was er nooit gekomen, en de 8 vuilniszakken met flessendoppen had hij uiteindeiljk maar weggegooid.

Opgewekt vertelt hij me over zijn nieuwe verzameling. Modelauto's dit keer.

Woensdag 05 Januari 2011 Acht reacties

NaNoWriMo: op naar 2011

Laat ik er kort over zijn: ik heb gefaald. Maar ben geslaagd tegelijkertijd. Want hoewel ik gisternacht om 00:00 niet de beoogde roman van 50.000 woorden afkreeg, heb ik toch grofweg een halve roman geschreven. En dat is meer dan ik voor elkaar had gekregen zonder het fantastische NaNoWriMo.

Valkuil: tijd. Tijd, tijd, tijd. Als je werkt (en toevallig in november 75 uren extra...), af en toe wilt sporten, af en toe een gezellig weekend hebt en je vrienden niet wilt verwaarlozen én ook nog gemiddeld 7 uur per nacht wilt slapen blijven er weinig schrijfuren over. En dat brak eigenlijk in de eerste week al op: want met mijn impulsieve 'last-minute' beslissing om mee te doen aan de NaNoWriMo begon ik 1 november zonder plot, zonder hoofdpersonen en zonder echte inspiratie aan het schrijfproces. En probeer dan maar eens 1650 woorden per dag te schrijven.

Tegen de tijd dat je een beetje op gang bent, weet waar het boek naartoe moet gaan, kom je bij het tweede moeilijke punt: doorzettingsvermogen. Want niemand, en ik bedoel echt: niemand kan een goed boek schrijven in een maand. Daar is de NaNoWriMo ook niet voor bedoeld. Het gaat om productie van woorden. Schrijven, schrijven, schrijven, zonder je al te veel druk te maken om de schrijfvorm of mooie zinnen. 'Editing is for december', was het motto. Maar hoe moeilijk is het om door te blijven schrijven als je je stiekem toch druk maakt om de vorm? En hoe moeilijk is het om door te blijven schrijven als je eigenlijk weet dat je je in het onderwerp had moeten verdiepen, omdat je nu wellicht onzin aan het opschrijven bent?

En dan kom je aan in de derde week. Daar had ik me al berust in het feit dat ik de eindstreep niet ging halen, maar bleef ik toch vrijwel iedere dag schrijven. Omdat het nog steeds november was, zeg maar. En nu is november om, en is mijn boek nog niet af. Maar ik heb een jaar om na te denken over een nieuwe start, namelijk een jaar om me voor te bereiden op NaNoWriMo 2011. Want leuk vond ik het. En meedoen ga ik zeker weer. Maar nu met in mijn achterhoofd de wetenschap dat ik die maand alle andere bezigheden opzij zal moeten zetten, alvast een verhaallijn moet bedenken, en me in het onderwerp in zal moeten lezen...

Wordt vervolgd in 2011 dus.

Woensdag 01 December 2010 Twaalf reacties

NaNoWriMo: Roman in een maand

Morgen begint de NaNoWriMo: National Novel Writing Month. En ik doe mee. Dat betekent dat ik uitgedaagd word om vóór 31 november 2010 (middernacht) een boek te schrijven van ongeveer 175 pagina's. Vijftigduizend woorden. Een boek dat dus geen pareltje zal worden, want als je 1700 woorden per dag moet schrijven en je werkt en je sport en je wilt ook nog een sociaal leven is er geen tijd om na te denken over wát je schrijft.

Maar mocht het me lukken: mijn eerste boek. Duizenden mensen over heel de wereld doen mee. Lang niet iedereen haalt de eindstreep. Ik wil het wel halen. Dat betekent dat ik mijn neiging tot uitstelgedrag flink zal moeten onderdrukken en dat jullie me flink mogen aanmoedigen als ik op een punt kom waar ik de pen neer wil leggen.

Wish me luck.

[Lees hier ook de ervaring van een mede-NaNoWriMo'er.]

[En laat ik terwijl ik een blogje schrijf over mijn eerste boek lezen dat Harry Mulisch is overleden.]

Zondag 31 Oktober 2010 24 reacties

Telepathie?

In een van de leukste straatjes van Rotterdam zit het leukste kledingreparatiezaakje van Rotterdam. Een Frans uitziende Turkse charmante man werkt daar met zijn lieftallige Turkse vrouw tussen honderden klossen garen aan de kleding van anderen.

Terwijl ik op mijn beurt sta te wachten kijk ik toe hoe de Turkse vrouw een oud klein en vrij chique vrouwtje helpt met haar jas, maillots en rok. Het gaat er allemaal heel gemoedelijk aan toe, en hoewel ik niet per se hou van wachten hou ik wel van deze plek, waar wachten door niemand als een straf word gezien. De Turkse eigenaresse verblikt of verbloost dan ook niet bij de wetenschap dat het winkeltje steeds voller komt te staan met wachtende mensen.

De vrouw laat het oude vrouwtje op een stoel wachten. Haar man blijkt op dit moment geld aan het halen te zijn, en het vrouwtje heeft nog tien euro wisselgeld tegoed.

Als de man aan komt lopen (rennen) met een dikke stapel geld in de hand wordt hij door zijn vrouw in het Turks begroet. Een paar korte lettergrepen die ik niet kan verstaan. Cruciale lettergrepen, blijkt later. Nog geen twintig seconden nadat de man binnen is gekomen krijgt het oude vrouwtje tien euro in haar hand gedrukt.

Het volgende moment van verbazing is onbeschrijfelijk; het vrouwtje, dat blijkbaar niet alles heeft gezien en gehoord blijft een paar seconden lang naar de tien euro in haar hand kijken. Dan kijkt ze de man aan en stamelt: "hoe weet jij nou dat ik nog tien euro krijg?" En dan, wantrouwend, maar wetende dat het niet klopt: "ze - met een knikje naar zijn vrouw - heeft je gebeld he!"

De Turkse man heeft plezier in de verwarring van de vrouw, en knipoogt naar het vrouwtje en met gevoel voor show ook naar de rest van de winkel: "telepathie, mijn vrouw en ik, telepathie."

Nog lang na dit hele gebeuren vraag ik me af of dit raadsel ooit nog door het vrouwtje begrepen zal worden.

Donderdag 21 Oktober 2010 Vijf reacties

Glimlach

Op sommige dagen wil je in Rotterdam niet over de Meent fietsen. De twee marktdagen, dinsdag en zaterdag, zijn daar goede voorbeelden van.

Stom als ik ben reed ik plotseling toch over de Helse Meent. Ik probeer zo rustig mogelijk te fietsen, maar de wirwar van hordes overstekende mensen, toeterende auto’s en moeilijk manouvrerende fietsers met zwaar beladen tassen aan het stuur maakt het me niet makkelijk.

Terwijl ik langzaam maar zeker sjagrijnig begin te worden, want waarom ben ik niet anders gereden?, kom ik achter een man te fietsen die naast de stoep op de straat loopt.

Op zichzelf al irritant natuurlijk, maar helemaal erg wordt het wanneer hij zich plotsklaps omdraait, midden op straat, zodat ik met piepende remmen tot stilstand moet komen.

Drama.

Boos kijk ik de man aan, terwijl de man, die vast ook geschrokken is, even zo boos naar mij kijkt.

In het tumult om ons heen hoort niemand hoe ik mijn hersenen kraak om zo voordelig mogelijk uit deze situatie te komen. Maar een fractie van een seconde later bedenk ik ineens een briljante oplossing: ik geef de man een brede glimlach. En nog een fractie van een seconde later krijg ik een even zo brede glimlach terug en voeren we midden op straat nog een goed gesprek;

“Poeh, poeh.”
“Nou, druk he?”

Donderdag 14 Oktober 2010 Zes reacties

Speeddaten

Een beetje bibberend bekijk ik de ruimte binnen waar het allemaal plaats gaat vinden. Tussen de 25-30 single mannen en evenveel single vrouwen, een bar, een paar zithoekjes, en pen en papier. Daar moet je het mee doen. Om de drie minuten klinkt er een fluitje en gaat de man die je voor je gevoel pas enkele seconden geleden hebt leren kennen weer door naar het volgende tafeltje.

Hoewel ik makkelijk contact maak met mensen verloopt het eerste gesprek stroef. Zonde, want de man tegenover me is mooi, heeft een prettige oogopslag en ziet er verzorgd uit. Maar omdat ik aan het speeddaten ben en niet in een discotheek loop beoordeel ik de man op basis van het gesprek met een 'nee', oftewel: deze man is geen match.

Een paar leuke gesprekken later, want echt, na het derde gesprek begint het enorm leuk te worden, komt er ineens een lange slungelige man tegenover me zitten. Vanaf het moment dat hij aan komt lopen zie ik het al: een ware autist. En laat autisme nu net de liefde van mijn leven zijn.

We praten een beetje over onze bezigheden, en hij vertelt me dat hij graag van beroep zou willen veranderen. Ik vraag hem wat hij wil. Hij vertelt me dat hij meer met kinderen wil werken.

"Autistische kinderen, om precies te zijn", zegt hij.

Ik moet van binnen lachen, want hij weet niet dat ik meer besef dan hij nu weet. Ik vraag hem naar het waarom van deze overstap van werken binnen de ict naar werken met autistische kinderen. Want, zo vertel ik hem, ik ben toevallig zelf ook erg geïnteresseerd in autistische kinderen.

"Nou... Ik heb zelf een boek over Asperger in mijn kast staan, en ik herken er soms wel dingen van mezelf in, en daarom denk ik dat ik deze kinderen heel goed zou kunnen helpen. Maar... Mag ik soms vragen, wat denk jij? Ben ik een Asperger?"

En met zijn onhandige slungelige houding en zijn steeds wegkijkende ogen lach ik hem toe en geef ik voorzichtig aan inderdaad trekjes van autisme in hem te herkennen. Als hij vervolgens vraagt of ik tips heb voor hem kan ik niet anders dan hem bewonderen om zijn stap om te gaan speeddaten: respect voor de persoon die met een sociale handicap zo'n immens overweldigende samenkomst van mannen en vrouwen binnenstapt.

Als hij wegloopt naar de volgende vrouw heb ik tijd om een 'nee' aan te kruisen achter zijn naam. Want hoewel er geen sprake was van een psycholoog-patiënt-relatie voelde het toch al een beetje zo, en begreep ik meteen waarom er tijdens ethiek gehamerd werd dat zulke scheve relaties nooit aangegaan kunnen worden.

Maar echt, ik ken veel mensen die van hem nog wat kunnen leren. En wat wens ik hem een leuke vrouw toe.

[Andere mannen waar ik een 'nee' aankruiste waren de volgende: "Mijn hobby is DVD's" (echt waar!) en "Hey, heet jij Rosanne, dan ken ik nog een leuk liedje..." (2x gebeurd, om te huilen.)]

Vrijdag 01 Oktober 2010 Zestien reacties

Onderzeebootloods

Wachtend in de zon, op weg richting de Heijplaat. De Aqualiner wordt speciaal vandaag extra ingezet, dus het wachten duurt niet lang. Bijna jammer, met die late septemberzon op je gezicht. Ik zie iedereen genieten. Meer en meer mensen komen aanlopen. En daar is-ie dan, de waterbus.

Een bootritje later sta je ineens in een van de betere gebieden van Rotterdam. Rotterdam, havenstad, dus wil je Rotterdam leren kennen moet je de haven zien. Het grove, het ruwe, het ongepolijste, zomaar wat redenen waarom de haven mij trekt. Ook vanuit fotografisch oogpunt natuurlijk.

Nieuwsgierig loop ik richting de loods. De Onderzeebootloods, zoals al maanden in grote letters op de borden in Rotterdam te lezen staat. Vandaag is de laatste mogelijkheid hier naartoe te gaan. Vooraf voelde ik me stom zo lang te hebben gewacht met het bezoek, maar uiteindelijk pakte dit mooi uit: vanwege deze laatste dag was zowel de boot als de entree gratis.

Het is magisch. Er staat kunst van Atelier van Lieshout, de naam achter het in mijn ogen afgrijselijke werk dat nabij Eendrachtsplein staat. Gelokt dus door de locatie en minder door de kunstenaar zelf, of misschien had hij me toch nieuwsgierig gemaakt, bekijk ik zijn werk.

Vaak niet begrijpend wat ik zie loop ik door de immense ruimte waarin zijn kunst staat. Een onthoofde vrouw ligt middenin de loods, in haar lingerie. Ze is immens, als je naast haar staat kun je niet eens over haar polsen heen kijken. Probeer dat maar eens te visualiseren.

Verderop staat een vrouw op handen en knieën met een opengereten buik. Een ander werk heet 'de vleesmolen' en laat menselijke wezens zien die tot gehakt worden gemalen. Ik zie veel darmen, en een ruimte in de loods verder word ik begroet door drie enorme erecties: de penis is in tact, maar de zaadleiders worden in volle glorie getoond.

Blij ben ik dat de expositie zich in deze ruimte van enorme omvang bevindt. Blij ben ik dat ik dit niet in een museum hoef te zien, waar het niet tot zijn recht zou komen, en het me zelfs zou benauwen. Blij ben ik dat ik deze unieke ervaring mee heb mogen krijgen: kunst, haven, water, boot. Een bijzonder experiment in samenwerking tussen museum Boijmans en Havenbedrijf Rotterdam. Een experiment dat, zo wordt de bezoekers van deze laatste dag beloofd, de komende vier jaar herhaald zal worden.

Ik kan niet wachten.

[In mijn zelfbenoemde 'culturele maand' bezocht ik nog meer leuke dingen in Rotterdam. Het leukste was natuurlijk Festival Witte de With, het lekkerste waren de mannen van Stornoway in Rotown. Rotterdam verwent me maar.]

Zondag 26 September 2010 Drie reacties

De jongen met de blik

Hij was zo'n jongen en ik was zo'n meisje. Hij was de underdog, en ik had een zwak voor de underdog. Simpel. Een jongen die stil was, het liefst naar de grond keek, mompelde, en een donkere blik in zijn ogen had.

Fantastisch.

Een jaar of 17 was ik, en mijn docente had door hoe ik in elkaar zat. "Jij bent net als ik", zei ze op een dag. "De leukste jongen van de klas is niet de populairste, maar degene die afgezeken wordt". Met een knikje verwees ze naar M., die weer eens naar de grond zat te staren.

Ik moest lachen, en we knipoogden. "Als jij straks psychologie gaat studeren worden dat soort jongens nog interessanter voor je", sloot ze ons gesprek af.

En hoe ze vanmiddag gelijk kreeg. In de jaren van mijn studie heb ik twee belangrijke dingen geleerd: allereerst observeren, gegevens verzamelen, analyseren, nadenken, concluderen. Het tweede dat ik geleerd heb is dat er naast de wetenschapper in mij ook een gevoelsmens huist met een sterke intuitie waar ik steeds meer op begin te vertrouwen.

Dus toen ik voor het theevak stond te vloeken omdat de AH geen witte thee (meer) verkoopt en ik een prikkend gevoel in mijn rug voelde keek ik meteen op. Mijn hersenen registreerden laat wat hier gebeurde. De jongen. M. Met 'de blik'.

We kwamen elkaar de tweede keer tegen bij de kassa. Onze blikken kruisten, hij zei 'hoi', ik zei 'hoi' terug, en ik ging in een andere rij dan de zijne staan. Terwijl ik stond af te rekenen voelde ik weer iets tintelen in mijn rug. Ik keek om, en hij stond met zijn hoofd naar de grond naar me te gluren. De blik. De donkere blik, die ik vroeger zo mysterieus vond gaf me nu een naar gevoel in mijn buik.

De blik achtervolgde me. Of eigenlijk: snelde me vooruit. De 100 meter die hij voor me liep fietste ik achter hem en zag ik hem welgeteld 4 keer naar me omkijken.

En zo kreeg mijn docente gelijk. Deze jongen werd dankzij mijn studie en alle andere dingen die ik die jaren leerde ineens nog interessanter. Maar wel op een heel onaangename manier.

Vrijdag 24 September 2010 Zeven reacties

Cliënt #1

Hij zit voor me. Een Rotterdamse jongen zoals ik 'm zou omschrijven als iemand me om een stereotype zou vragen. Kort blond stekeltjeshaar, wijde zwarte trui aan, zilveren ketting om, petje op zijn hoofd.

Ik neem bij de jongen een intelligentietest af. Een onderdeel van de intelligentietest bestaat uit het vragen van overeenkomsten tussen twee woorden: de overeenkomst tussen een hamer en een zaag is gereedschap. Een onderdeel dat voor mensen met een lager dan gemiddeld IQ heel ingewikkeld is. Want: een hamer en een zaag zijn toch helemaal niet hetzelfde?

Zo ook is deze test lastig voor de Rotterdammer die tegenover me zit. Hij doet goed zijn best, en komt steeds een vraag verder. Een item dat om een vrij abstract denkniveau vraagt is die waarbij de overeenkomst tussen een vijand en een vriend wordt gevraagd. Maar niet voor deze jongen hoor. Want als ik hem vraag 'wat is de overeenkomst tussen een vijand en een vriend?', komt hij zonder aarzelen met een antwoord.

"Vijanden wonen in Amsterdam."

Ik heb nog gezocht, maar volgens mijn handleiding mocht ik voor dit antwoord geen punten geven.

[Een paar maanden geleden introduceerde ik de serie 'Allochtoon'. Ik schrijf in die serie verhalen over kleurrijke Rotterdammers. Sinds kort test ik niet meer alleen allochtonen, maar ook een subgroep Rotterdammers die getest moet worden op intelligentieniveau. Een groep mensen met weer heel andere eigenschappen, een groep waar ik de nieuwe serie 'cliënt' voor introduceer.]

Zaterdag 04 September 2010 Zeventien reacties

Slaap zacht lieve oma

"Fijn, zo'n oma die altijd de waarheid spreekt."

Het is nog maar vier maanden geleden dat ik die schets van mijn oma op dit blog tekende. Haar pittige, soms felle opmerkingen, haar soms plotseling glimmende pretoogjes als ze ergens ondeugend over grinnikte.

Over alles en iedereen had ze een mening klaar. Die kon positief zijn, maar zeker ook negatief. En hoewel ze zich als zeer zelfstandige vrouw sterk heeft aan moeten passen aan het feit dat ze de dingen 'niet meer zelf kon' liet ze het kaas niet snel van haar brood eten.

Ik zie zo voor me dat nadat de arts tegen haar zei: 'mevrouw, uw medicatie wordt gestopt, begrijpt u dat?', oma haar schouders ophaalde, de arts nog even de waarheid vertelde over de zusters die haar hadden verwaarloosd - ze waren, 'en dat moest ze nog even kwijt', de thee waar ze tot driemaal om gevraagd had niet komen brengen -, vastbesloten zei dat ze nog een keer eigengemaakte soep wilde eten, en zich vervolgens naar de televisie heeft laten rijden omdat haar favoriete soap om kwart over vijf begon. De afstandsbediening was van haar, en niet van een van de andere bewoners, en dat had iedereen maar te accepteren.

"Als het dan mijn laatste dag wordt, dan in ieder geval zoals ik 'm wil beleven", moet ze hebben gedacht.

Een scene zoals ik hem mij inbeeld aan de hand van de verhalen die ik heb gehoord. Ik was er niet bij op het moment dat oma te horen kreeg dat het tijd was om het leven op aarde los te laten. Over te gaan naar de plek waarvan zij geloofde haar man en recent overleden zoon terug te zien. Ik was er wel bij toen ze op haar bed lag, met een gezicht dat niet meer leek op oma, toen ze lag te vechten tegen de dood. Of misschien toch: vóór de dood.

Ze lag van alle bewoners altijd als een van de laatsten op bed. Zeven uur was immers geen fatsoenlijke bedtijd. Half tien ook niet, maar tot dat moment wist ze het met haar sterke wil te rekken. En zelfs nu, deze laatste avond, terwijl ze lag te vechten, een mentale strijd voerde die ging over blijven en overgaan, wist ze het slapengaan te rekken tot diep in de nacht. Pas toen iedereen al lang en breed lag te rusten blies zij haar laatste adem uit.

Slaap zacht, lieve oma.

Donderdag 19 Augustus 2010 Veertien reacties

Fotorolletjes gezocht!

"Heeft u misschien ook fotorolletjes?", vroeg ik met een bedeesd stemmetje aan de grijsharige man achter de toonbank. De man boog zich naar me toe, fronste zijn wenkbrauwen. "Wat?", vroeg hij.

"Eh... Ik weet dat het niet meer van deze tijd is, maarreh... fotorolletjes?", vroeg ik nog een keer.

"Oh!", lachte de man, die ongetwijfeld terugdacht aan zijn eigen jaren in de prehistorie, toen hij zijn passie voor fotografie ontwikkelde. "Dat is inderdaad geen gebruikelijke vraag meer", knipoogde hij.

En teleurstellen moest hij me dan ook. Enkele fotorolletjes bleken nog wel op voorraad, liggend achter de toonbank onder een dikke laag stof, maar geen leveranciers meer die ze willen leveren, laat staan dar er nog enige keuze bestaat in verschillende iso-waarden, kleur/zwart-wit, etcetera.

En daarom, maar eigenlijk ook gewoon omdat het kan, want ik kreeg nog wel een adres mee voor een fotospeciaalzaak, hierbij een oproep aan jou, mijn lieve lezer: heb jij, of heeft je moeder, of heeft je opa of oma, of je buurvrouw, of wie dan ook, nog ergens een fotorolletje liggen in een laatje/nooit uitgepakte verhuisdoos/mandje op het dressoir? En vind je het de moeite voor mij het stof ervan af te blazen en het mij op te sturen?

Laat het me dan weten. Op twitter kreeg ik al enkele reacties, eens zien of mijn weblog me ook nog iets op kan leveren. Alle soorten rolletjes zijn welkom, zelfs rolletjes waarvan de houdbaarheidsdatum verlopen is.

[Reden van mijn oproep: zie hieronder. Mijn twee nieuwe vriendjes, een Rus en een Japanner. Analoog en wel. Over mijn nieuwe vriendjes hoort u later zeker meer!]

De Japanner

[Boven: sexy, sexy camera. Onder: minder sexy. Kijken met welke van de twee ik de mooiste foto's ga maken.]

De Rus
Donderdag 12 Augustus 2010 Elf reacties

Roze

Het roze frame van de fiets bracht haar in een fractie van een seconde weer terug in mijn hoofd. Jarenlang ondergedoken in een stelsel van ingewikkelde hersenstructuren. Gevonden onder de ‘R’ van roze.

Alles aan haar was roze. Ze droeg roze truitjes, roze broeken, liep - maar dat wisten we toen nog niet - flink voor op de mode van 2010 door leggings met roze rozen te dragen, had roze elastiekjes in haar haren, droeg roze nagellak, had roze wangetjes, had zelfs - hoe is het mogelijk - rossig haar, dat dankzij de oranje gloed flink vloekte met haar kleding.

Haar rugzak was roze. Haar etui was roze. Haar agenda was roze. Haar pennen waren roze met roze (en wow, paarse!) veertjes aan het uiteinde. Schoolschriftjes: roze. En helemaal hip in die tijd waren gekleurde gelpennen, die zij had in 't roze met glittertjes.

Helaas voor haar was ons gymtenue blauw. Een donkerblauw broekje met een shirtje van een iets lichtere kleur blauw. Ze kon niet bewegen, was houterig, onhandig, struikelde over haar eigen roze benen. Maar dat was niet waarom ze opviel tijdens gym. Ik kon nooit wennen aan haar roze huid en haar rossige haar in combinatie met die blauwe kleding. Het klopte niet. Alleen haar roze benen die uitmondden in roze sokken en roze gymschoenen waren zoals ze hoorden te zijn.

Ik besefte vandaag dat een collega van mij dezelfde naam draagt als het roze meisje uit mijn geheugen. Blijkbaar is deze niet alledaagse naam voor mijn hersenen geen trigger om haar terug te brengen in mijn hoofd. Alleen roze. Het roze van de frame van de fiets was het roze van het meisje van jaren geleden.

Donderdag 05 Augustus 2010 Negen reacties

allochtoon #6

'Waar komt u vandaan?', vroeg ik aan de vrouw die voor me zat.

'Pakistan', gaf ze als antwoord.
'Ik ben een christen uit Pakistan', voegde ze aan dat antwoord toe.

Alsof ze wilde voorkomen dat ik mijn vooroordelen over vrouwen uit Pakistan die vast allemaal islamitisch zijn op haar zou loslaten. Of alsof ze zelf het vooroordeel had dat ik het vooroordeel zou hebben dat iedereen in Pakistan islamitisch is. Of misschien had ze zelf wel vooroordelen over islamieten uit Pakistan, en dacht ze er helemaal niet aan dat ik vooroordelen zou kunnen hebben. Of misschien heb ik wel het vooroordeel dat mensen die zeggen dat ze christen zijn dat zeggen omdat ze niet als islamitisch gezien willen worden.

Ik raakte in mijn gedachtengang over het vooroordelencirkeltje volledig de draad kwijt.

Maandag 12 Juli 2010 Veertien reacties

Allochtoon #230.451

Een vermoedelijk allochtone mevrouw (ik moest gokken dat zij de 230.451ste allochtone inwoner van Rotterdam is, anders kon ik mijn blogje geen titel geven) kwam voor me staan, en gaf me een knipoog. Ze deed haar spijkerjasje open: een oranje polo. Ze draaide met haar heupen. Draaide zich met haar kont naar me toe, en schudde haar billen. Dit alles om de nadruk te leggen op haar prachtige rok, die ook overwegend oranje was.

Heupwiegend liep ze weg. En zo waren er nog 230.450 allochtonen - binnen een paar jaar wonen er meer allochtonen dan autochtonen in Rotterdam, vandaar dat ik het in dit rare stukje niet heb over de autochtonen, we vallen straks toch in het niet - die ieder op hun eigen manier de toelating tot de finale uitbundig vierden. Het liefst al zwemmend en polonaise lopend in de fontein op Hofplein.

Woensdag 07 Juli 2010 Drie reacties

allochtoon #5

Of de man die tegenover me zit naar school is geweest? De man lacht. "Nee, ik woonde in de bergen, 65 kilometer bij een dorp of school vandaan, en er was toen oorlog, en als er dan vliegtuigen met bommen overvlogen dan drukten we ons tegen de muur, en ik was nog klein, dus nee, ik ben niet naar school geweest, begrijp je, het is anders dan in Nederland."

En ik knik, en ik probeer het te begrijpen. Ik probeer te begrijpen dat er mensen bestaan die zo ver van de beschaafde wereld wonen dat ze alleen van hun imam iets kunnen leren over normen en waarden. Ik probeer te begrijpen dat hij het als kleine jongen de gewoonste zaak van de wereld vond dat er vliegtuigen over zijn hoofd vlogen die bommen konden laten vallen. Ik probeer ook te begrijpen hoe het mogelijk is dat hij zo'n veelomvattend verhaal in amper twee zinnen aan me vertelt.

Als ik later de man naar een klaslokaal breng om hem lees- en schrijftoetsen te laten maken wijs ik hem een lege plek aan in het lokaal. Alle andere stoelen zijn bezet, en ik loop met hem mee naar de tafel waar hij aan kan zitten werken. De man blijft staan. Gaat ergens anders zitten. Ik heb het voorrecht nooit met ongehoorzame Marokkanen te maken te hebben, dus ik ben verrast en kijk hem vragend aan.

"Ja, snap je, als ik daar ga zitten zit ik tegen over een Marokkaanse vrouw en haar man, dat is niet respectvol, begrijp je."

En ik knik begrijpend, ik probeer het ook daadwerkelijk te begrijpen, maar begrijp het niet écht. Voor de man is het allemaal volkomen duidelijk. Zijn toets maakt hij op schoot, waardoor ik de antwoorden in een onregelmatig en bibberig handschrift van hem terug krijg. De twee ruime plekken tegenover de Marokkaanse vrouw blijven de rest van de middag leeg.

Dinsdag 06 Juli 2010 Vier reacties

WK versus Tour de France

De ramen van verschillende kroegen schreeuwen 'Jup Holland, Jup' en de etalages van verschillende winkels prijzen allerlei oranje accessoires aan. En hoewel we vrijdag nog gekleed in oranje aan de buis gekluisterd zullen zitten (gaat Oranje de Brazilianen dit keer wel verslaan?), is de kleur geel in Rotterdam de kleur oranje aan het overnemen. De grotere gebouwen (Nationale Nederlanden, WTC, 'de Maas', Unilever) zijn versierd met grote gele letters. Ook kleinere gebouwen doen enthousiast mee. En vergeet Rotterdam Centraal niet: zij maakt dankbaar gebruik van de gele letters om onze lelijke bouwput tijdelijk met doeken vol spreuken aan het oog te onttrekken.

Niets op aan te merken dus, die leuzen rondom de Tour de France door Rotterdam. Leuk genoeg zelfs om alvast het parcours dat komend weekend in Rotterdam gereden wordt zelf alvast te fietsen met een fototoestel in de hand. Zie hier de fotoserie in wording. Favoriete uitspraken: 'ik reed lek en de rest reed lekker', 'op een boterham met pindakaas kun je de tour niet rijden', en de uitspraak van meervoudig tourwinnaar Lance Armstrong 'I figured the faster I pedal, the faster I can retire'.

[En laat ik nu net horen dat er een tourpoul speciaal voor webloggers is gestart door Maarten! Alles in strijd tegen de weblogkomkommertijd. Voor mij een mooi vervolg op het Sokkerploegbaas van 'ekisnul'.]

Dinsdag 29 Juni 2010 Zeven reacties

allochtoon #4

Het was een vrouw van middelbare leeftijd met een vrolijke appeltjesgroene hoofddoek. Ik vroeg waar ze vandaan kwam en hoe lang ze al in Nederland was. Haar Nederlands was redelijk, maar nog niet perfect. Volgens haar dossier wilde ze haar Nederlands naar een hoger niveau brengen.

Ik vroeg haar wat voor opleiding ze had gedaan in haar eigen land, Marokko. De meeste vrouwen die ik dezelfde vraag stel, die een hoofddoek dragen en die ouder zijn dan veertig hebben hooguit zes jaar basisonderwijs gevolgd. Deze vrouw niet. Basisonderwijs, middelbaar onderwijs, én een opleiding op MBO-niveau.

En het ging verder. Zodra ze in Nederland kwam deed ze nóg een MBO-opleiding. En behaalde ze een propedeuse bij een HBO-instelling. Pas op het moment dat ze een scriptie moest schrijven haakte ze af: met haar taalniveau was dit te hoog gegrepen, en ze besefte dat ze haar Nederlands eerst moest gaan verbeteren.

En nu zat ze voor me. Ze deed zelf ongelooflijk veel maatschappelijk-cultureel werk en ik was onder de indruk van haar CV. Ze begon mij vragen te stellen. Over mijn opleiding. En voor ik het wist zaten we in een geanimeerd gesprek over psychologie, puberteit, en vroeg ze me wat er omging in het hoofd van jongens in de puberteit.

"Seks", wilde ik zeggen, maar dat ging me net iets te ver. Ze droeg immers nog steeds een hoofddoek.

Drie kwartier later zat ik verbluft in mijn stoel. Wat een mooie, intelligente, betrokken vrouw was dit. "Ik wil die scriptie afronden", benadrukte ze. Want ze wilde iets terugdoen, wilde iets bereiken hier in Nederland.

En nu zou ik natuurlijk nog iets kunnen zeggen over Wilders en de verkiezingsuitslagen van gisteravond, maar dat doe ik niet. Laten we soyrosa.nl vooral vrij van politiek houden.

Donderdag 10 Juni 2010 Negen reacties

Jojo met blingbling

Wijde broek, wijde trui, donkere huidskleur, een tas met Bob Marley op zijn rug, blingbling in zijn oren, blingbling om zijn nek, blingbling om zijn polsen.

Een type man waar ik spontaan liedjes door ga YouTuben, een type waar de geur van marihuana bijna altijd in de buurt is.

Maar toen ik om mijn vooroordeel over deze man te bevestigen met mijn blik richting zijn hand gleed zag ik daar geen joint, maar een jojo. Een jojo met blingbling, dat wel. Maar toch, een jojo.

Donderdag 03 Juni 2010 Vier reacties

Voor de tweede keer

Ik geniet van een van de mooiste plekken van Rotterdam. Water, wind, muziek in de oren, en een fascinerend boek mee om te lezen.

Als ik van mijn boek naar het water staar, en daarna naar links, zie ik ineens een meisje lopen. Een klein meisje met een roze jas. Ze heeft blond haar, en loopt naast een man. Voor de man uit loopt een zwarte hond.

Een moment van herkenning.
De hond is groter geworden.
Het meisje is groter geworden.
Het meisje neemt grotere stappen, en waar ze vorig jaar met een vrouw liep, loopt ze nu met een man.

Ze kijkt niet naar mij, en als ze gekeken zou hebben zou ze me vast niet meer herkend hebben. Maar ik herken haar wel. Nog geen jaar later verschijnt ze voor de tweede keer op mijn weblog.

Donderdag 20 Mei 2010 Vier reacties

Jarig

Het is nog geen 12:00 en ik ben al door 30 mensen gefeliciteerd. En ik ben nog lang geen dertig, dat kan ik jullie wel vertellen.

Woensdag 19 Mei 2010 Elf reacties

Ijsje

En toen hadden we het ineens over ijsjes. En dacht ik terug aan de ijsjes in Argentinië. Hoe je voor zeven pesos twee 'bolletjes' kocht en de eerste keer dat je zo'n ijsje kocht stomverbaasd naar buiten liep omdat je ineens voor iets meer dan een euro met het grootste ijsje ooit in je hand liep.

Omdat ze daar geen bolletjes kennen, maar het ijs op kunstzinnige wijze scheppen en sculpturen.

En toen dacht ik ook terug aan die ene keer, dat we weer nietsvermoedend ergens een ijsje kochten, maar intussen wel wisten hoe groot de ijsjes waren, en we onze onschuld dus al hadden verloren, op ijsjesgebied dan. Voldaan met een ijsje van 7 pesos liepen we bijna naar buiten. De spanning in de ijsjeszaak was om te snijden. En ineens zei een van de drie jongens achter de balie tegen ons:

"Uh, jullie waren onze eerste klanten."

Dat was ergens hier. Op Sarmiento, 9 de Julio, España, 28 de Julio of San Martin. Een wilde gok, want veel andere straatnamen kom je niet tegen in steden in Argentinië.

Afijn, daar moest ik dus aan denken. En dat het nu, 11 mei 2010, een zomerseizoen verder is in Argentinië. En dat daar toeristen, in die betreffende ijszaak, nietsvermoedend misschien hun eerste Argentijnse ijsje hebben besteld en naar buiten liepen, stomverbaasd omdat ze voor iets meer dan een euro met het grootste ijsje ooit in hun hand liepen.

Maar dat ik daar dus een paar maanden terug de eerste klant ooit was.

Dinsdag 11 Mei 2010 Negen reacties

Hoogtepunt

Toen ik er een paar weken terug voor het eerst een voet over de drempel zette kreeg ik een rondleiding door het gebouw. Een sportschool op waarschijnlijk de beste locatie van Nederland, met uitzicht over de Maas en de skyline van Rotterdam.

Er was een trap. Ik liep hem af. Daarna liep ik hem weer op. Na vijf jaar niet sporten en alles in Rotterdam op een kwartier fietsen afstand was ik bovenaan de trap volledig buiten adem. Erg confronterend.

Of dat de reden is geweest dat ik lid ben geworden of dat de enorme foute flirtende Spanjaard daar nog een klein rolletje in mee heeft gespeeld laten we even in het midden. Feit is dat ik nu een paar weken aan het sporten ben en ik me er lekker bij voel. Mijn spieren en daarmee ook mijn rug worden met de week sterker, en waar ik opzag om weer aan sporten te beginnen zie ik er nu naar uit om drie avonden per week mezelf uit te putten.

En vanavond kwam ineens het besef: die trap die me de eerste avond nog uitputte alsof ik een flinke berg had beklommen overwon ik nu huppelend en zonder naar adem te snakken.

Drie kwartier na dat besef had ik krachttraining gedaan en lag ik buikspieroefeningen te doen. Toen de fitnessinstructeur ons uitdaagde langer door te gaan dan de vereiste 30 seconden was ik de enige die dat ook écht deed. En na mijn buikspierkwartiertje deed ik nog een uurtje uitputtend Zumba, waar ik helemaal 'loos' ging omdat Youri, de beste danser van Nederland, één van zijn laatste lessen gaf.

Goed, die trap kan ik nu zonder moeite beklimmen. Ik denk dat ik op mijn hoogtepunt moet stoppen.

Maandag 03 Mei 2010 Tien reacties

Dikke konten

"Wat een dikke konten!", roept oma ineens uit. Ze gebaart met haar hoofd richting twee vrouwen die net langs ons zijn gelopen.
Verbaasd kijk ik haar aan. "Pardon?"
"Ja, het is toch zo? Echte dikke konten", zit ze hoofdschuddend te foeteren.

"Maar ik heb ook een dikke kont!", zeg ik haar, een beetje met de bedoeling, uiteraard, anders zeg ik zoiets niet, van mijn oma te horen dat dat allemaal wel meevalt, maar dat die twee vrouwen écht een dikke kont hebben, en ik niet. Duh. Ik ben immers alweer een paar weken aan het sporten.

Maar niets daarvan. "Ja, inderdaad, en ook nog dikke benen", zegt mijn oma.
En terwijl ik nog quasi-boos, want hoe kun je boos zijn op je oude oma'tje, haar zit te plagen dat ze niet zomaar kan zeggen dat mensen een dikke kont hebben, en zeker niet over vreemden, maar liever sowieso nóóit over haar lieve kleindochter, voegt ze er nog een kort maar oh zo vernietigend zinnetje aan toe.

"Ja, tuurlijk kan ik dat zeggen, want ik zeg het niet als het niet waar is."

Fijn, zo'n oma die altijd de waarheid spreekt.

Zondag 25 April 2010 Zeventien reacties

allochtoon #1

Hij zit tegenover me, heel knap te zijn. Donkerbruine ogen, zwart haar, smaakvolle kleding en een oogopslag waar ik knikkende knieën van krijg. Mijn collega is in hetzelfde land geboren als de man voor me, en ik ben blij dat hij het woord neemt. Het communiceert makkelijker in Crioulo dan in het Nederlands, aangezien de man nog geen jaar in Nederland verblijft.

De vragen proberen we zoveel mogelijk in het Nederlands beantwoord te krijgen. 'Wat doen mensen in Nederland als ze een nieuw huis willen kopen?', vragen we hem. Maar de vraag wordt niet begrepen. 'Ik woon hierachter, bij mijn tante', antwoordt hij. 'Nee, we bedoelen, als iemand een nieuw huis wil kopen, wat moet diegene dan doen? Waar moet hij dan heen? Met wie kan hij praten?', proberen we. Het idee is een vraag zoveel mogelijk te herformuleren tot iemand de vraag begrijpt. 'Bij mijn tante', antwoordt hij weer.

Voordat mijn collega het over zal nemen in de eigen taal, probeer ik het nog één keer, dit keer met wat meer gebaren. 'Als ik', hierbij nadrukkelijk op mijzelf wijzend, 'als ik een nieuw huis wil, want ik heb nog geen huis, wat moet ik dan doen?'

De knappe man met de prachtige oogopslag kijkt me aan, en zegt: 'bij mijn tante.' Ik glimlach hem toe en neem zijn voorstel in overweging.

[In het kader van de inburgeringswet worden zowel oud- als nieuwkomers opgeroepen om hun Nederlands taalniveau en kennis van de Nederlanse samenleving te laten testen. Op basis van deze tests wordt bepaald hoeveel uur taalonderwijs nog nodig is om het inburgeringsexamen te kunnen halen. Sinds kort neem ik een aantal van deze toetsen af. In de serie 'allochtoon' hoop ik de kleurrijke mensen die ik voorbij zie komen een gezicht te geven, zodat ik ze niet zal vergeten.]

Zaterdag 20 Maart 2010 Zes reacties

Ik had het willen filmen

Een klein meisje, met een heel kleine hond. Ze houdt een heel kleine halsband vast, en loopt met heel kleine stapjes langs het water. Haar moeder heeft de hond ook aan de ketting. Ik had het nooit eerder gezien, maar deze halsband is geschikt voor een groot mens en een klein mens. Het kleine mensje heeft het gevoel zelf de hond uit te laten, terwijl in werkelijkheid het grote mens alle touwtjes in handen heeft.

Slim, want dat is lang niet altijd het geval.

Het kleine mensje loop met het kleine hondje met diezelfde kleine stapjes flink door. Ze ziet mij zitten en zoekt contact. Ze is trots, dat is duidelijk te zien. Wisselend kijkt ze naar mij of naar haar hond. Om te laten merken dat ik haar heb gezien zwaai ik even. Ze straalt, en zwaait terug. Haar kleine handje klemt zich nog vaster om de halsband van haar hondje heen.

Verderop loopt een oude man. Een man met een gebogen rug, maar wel een man die nog flink de pas erin heeft. De man houdt eveneens een halsband in zijn hand. Aan het eind van de lijn loopt een grote hond. De grote hond loopt fier voor de man uit, en is even groot als de man zelf. De man en de hond komen mijn richting uit.

Op twee meter bij elkaar vandaan stoppen beide honden even. Het kleine hondje kijkt naar de grote hond, terwijl de grote hond kwispelstaart naar het kleine hondje. Na enkele minuten besluiten ze dat ze door willen lopen. Het kleine hondje trekt het kleine meisje vooruit, terwijl de grote hond zijn grote oude baas door laat lopen.

Groot en oud en klein en jong, ze passeerden elkaar. In mijn hoofd heb ik opgeslagen hoe mooi het eruit zou hebben gezien als ik het had kunnen filmen.

Dinsdag 07 Juli 2009 Zeven reacties